Persbericht

Bijkomende bescherming voor bepaalde deposito’s

De ministerraad keurde vandaag op voorstel van minister van Financiën Johan Van Overtveldt de bepalingen goed voor bijkomende beschermingsmaatregelen voor verschillende bijzondere deposito’s.

Het ontwerp van koninklijk besluit bepaalt het bedrag, de modaliteiten en de toepassingsvoorwaarden voor bijkomende bescherming die werd vastgelegd in de bankwet.

De bankwet voorziet, naast de garantie van 100.000 euro voor bancaire deposito’s, een bijkomende bescherming voor bijzondere deposito’s in de volgende drie categorieën :

  • Deposito’s die resulteren uit onroerendgoedtransacties met betrekking tot particuliere woningen voor residentieel privégebruik
  • Deposito’s die verband houden met bepaalde levensgebeurtenissen zoals de uitkering in kapitaal van een pensioen, een overlijden (uitgezonderd erfenissen), ontslag of invaliditeit
  • Deposito’s die voortkomen uit de betaling van verzekeringsuitkeringen of vergoedingen toegekend aan slachtoffers van een misdrijf of gerechtelijke fouten

De verhoogde bijkomende bescherming bedraagt maximum 500.000 euro per deposant per kredietinstelling en geldt voor een periode van zes maanden vanaf het moment dat het bedrag gecrediteerd werd op de rekening. Enkel deposito’s die toebehoren aan natuurlijke personen komen in aanmerking.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt : “Met deze bijkomende beschermingsmaatregel geven we uitvoering aan het regeerakkoord en de Europese eisen ter bescherming van de spaarders en bieden we hen een betere bescherming bij faillissement van een kredietinstelling.”